Bij de meeste stammen bestonden societies, (soms een beetje te vergelijken met onze
middeleeuwse gilden), zowel voor mannen als voor vrouwen.
De vrouwensocieties waren meestal
te vergelijken met een soort van beroepsvereniging die gespecialiseerd was in bijv.
quillwork of beadwork, brain tanning enz. Zij bewaarden de tradities, de stamcultuur,
zorgden voor vakmanschap en samenhorigheid bij de vrouwen.
De mannensocieties hadden eveneens hele belangrijke functies binnen de stam. Ze bewaakten
o.a. de jachtgebruiken. Dat wil zeggen, dat bij de jaarlijkse grote jachten, de
verantwoordelijke society er streng over waakte dat geen enkel individu op eigen houtje vóór
de groep op jacht ging, met het risico dat een ganse bizonkudde op hol werd gebracht, en zo de ganse jacht in het honderd liep (op gevaar van hongersnood voor de ganse stam). Zij zorgden tevens voor de veiligheid bij de verplaatsingen van de ganse stam naar een volgende kampgrond.
Wee diegene die zo een of andere regel overtrad. Diegenen die op één of andere wijze de stam
in gevaar bracht, door de jachtregels e.d. te breken, werd door de society van dienst zeer streng aangepakt. Afranselingen tot op het randje van de dood, vernielen van tipi en persoonlijke goederen, doden van paarden, het waren allemaal straffen die meedogenloos werden uitgevoerd. Het algemeen belang werd zeer streng bewaakt!
Wanneer een society werd aangeduid voor oorlogstaken i.p.v. interne politietaken, diende dat
een ander belangrijk doel. Door het uitvoeren van verkenningen van de wijde omgeving, konden vijandelijke warparties onderschept worden. Vijandelijke groepen werden zo ook opgespoord, en dat gaf de warsocieties de gelegenheid om raids te ondernemen. Deze raids konden verschillende doeleinden hebben. Wraak voor een gewelddadige dood van een stamlid, paardendiefstal (verwerven van rijkdom) enz.
Uiteindelijk zorgden die warparties ervoor dat het strijdtoneel verplaatst werd, weg van de
stam. Breng de oorlog naar de vijand, en hij kan minder strijders naar jouw kampgronden sturen!
Een society zorgde er ook voor dat het individu binnen die society steeds voorgehouden werd
dat het belang van de groep voorop stond. Door goed voor de groep te zorgen, door een goede
provider te worden, kon het individu dan ook sterk stijgen op de sociale ladder binnen de
stam. De sociale rol van de society valt dus ook niet te onderschatten!
De taken van de verschillende societies werden elk jaar opnieuw bepaald bij het begin van de
grote gezamenlijke kampen. Nadat de Wakiconze, de Naca, de Akicita Itancan en zijn helpers,
de Eyanpaha, enz… benoemd waren, werd bepaald welke societies over welke
verantwoordelijkheden dienden te waken…
Er bestonden twee verschillende strekkingen in de benadering van de mannensocieties. Bij
sommige stammen waren ze leeftijdsgeoriënteerd, zoals bij o.a. de Blackfeet. Bij andere
stammen zoals bij de Sioux, werd je volgens bekwaamheid uitgekozen en bij een society
"ingelijfd". Het kwam dan ook vaak voor dat gekende warriors (denk aan Crazy Horse, Red
Cloud, Gall, e.a.) lid waren van verschillende warsocieties.
Het gebeurde ook heel vaak dat jonge ambitieuze krijgers op opzichtige wijze solliciteerden
om hun interesse te tonen voor een lidmaatschap van één of andere society. Lidmaatschap tot
een bepaalde society was meestal ook beperkt in het aantal leden. Zo was het aantal leden van
de Sotka Yuha Society beperkt tot 22 man.
Er bestonden ook feestsocieties en spirituele societies (of cult groups).
Bij de verschillende Lakota - Sioux stammen werden een aantal societies bij toerbeurt
opgeroepen voor verschillende politionele of militaire taken.
Tot deze societies behoren de Tokala (Kit Fox Society), Kangi Yuha (Crow Owners), Wic'iska
(White Marked), Cante Tinza (Braves of Brave Hearths), Ihoka (Badgers), Sotka Yuha (Bare Lance Owners), de Ska Yuha (White Owners) en de Miwatani
Er bestonden nog een paar kleinere afgeleide societies van de Sotka Yuha zoals de Night
Sotka en de Sotka Tanka, en er zullen ongetwijfeld societies bestaan hebben in
pre-white-contact periodes, waarvan nu alle sporen zijn uitgewist doorheen de tijden. Er
waren nog societies zoals de Ainila Wotapi (Silent Eaters), Big Bellies en anderen over wie
we het hier niet gaan hebben.
De Sotka Yuha War Society was één van de oudste War Societies. Men verondersteld dat de
meeste van die societies ontstonden halverwege de 19de eeuw, of zelfs iets vroeger.
In vele societies waren de leden vaak te herkennen aan bepaalde regalia (zeg maar
uniformstukken) in combinatie met bepaalde beschilderingen. Zo kan men bij de Kangi Yuha de
zwarte beschilderingen en de kraaienveren terugvinden, en bij de Tokala het gebruik van
vossenhuiden.
Eigenschappen als generositeit, moed, trouw aan de groep en de stam enz. waren vereist om
een goed societylid te kunnen worden, en mannen die deze eigenschappen bezaten stonden hoog
aangeschreven binnen de stam en de society.
Er bestond een strikte militaire hiërarchie. Er waren officieren en onderofficieren die te
herkennen waren aan verschillende regalia, verschillende (ceremoniële) functies werden
toebedeeld aan de leden, en je mag niet het belang daarvan onderschatten in een gemeenschap
die sterk geloofde in voortekens en goede en slechte medicijn.
Hoewel we vele kleine details weten, en vandaar ook een algemeen beeld kunnen vormen van de
verschillende societies, ging veel verloren in de tijd. Toen de societies op hoogtepunt van
hun bestaan waren gekomen, hadden de Lakota vrij weinig (positieve) contacten met de blanken. Tijdens de contacten die er wel waren, werden bijna nooit inlichtingen verstrekt over de "interne" keuken van de stam…. Vrij logisch als je weet dat diezelfde blanke morgen je potentiële vijand kan zijn.
Vele van de blanken die contacten onderhielden met de Lakota, waren vrij ongeletterd, ofwel
niet geïnteresseerd in de cultuur, of daar voor een bepaald doel (handel - militair enz.)
Bovendien werd over vele van de ceremonies nogal geheimzinnig gedaan, en vielen vele
gebruiksvoorwerpen, vele bijeenkomsten, vele gebruiken onder de "noemer" "Medicijn" of
heilig, gewijd, en vandaar te benaderen met respect, van op een zekere afstand …
De afstand van de zogenaamde "beschaafde" wereld tot aan de zwervende Lakota - te paard af
te leggen doorheen vijandig en onherbergzaam gebied, was ook van dien aard dat er geen
wetenschappers zoals antropologen toegang kregen tot die stammen (en de studie ervan) tot
het vrije zwervende bestaan van de Lakota al lang voorbij was, en nog slechts een paar oude
mannen, opgesloten in een reservaat, konden getuigen van de krijgshaftige tijden uit hun
jeugd…. Hoeft het gezegd dat die verhalen misschien nostalgisch gekleurd waren?