DE HONDEN TRAVOIS



GESCHIEDENIS


Voor de Spanjaarden de paarden op de Grote vlaktes brachten, gebruikten de meest stammen honden voor vele dingen zoals het trekken van een travois en dragen van pakken. Honden werden reeds duizenden jaren gebruikt als last- en pakdier.

De Spanjaarden observeerden de waarbij gebruik gemaakt werd van grote wolfachtige honden als last- en pakdieren. De honden droegen pakken van 20 tot 25 kg om hun rug terwijl ze een travois voorttrokken, geladen met de bezittingen van de indianen, die tot 120 kg zwaar geladen was. "De eerste blanken die dit tafereel konden aanschouwen waren Spanjaarden die de conquistador Francisco de Coronado vergezelden op de grote vlaktes in 1541 in een vruchteloze zoek naar goud. In een brief naar het thuisfront geschreven vertelde een Spanjaard, "dat honden de huizen van de indianen zag dragen en dat de palen voor die huizen achter de hond aansleepten."

In 1765 ontdekten de blanke de Hidatsa en verslagen hierover vermelden dat ook zij travois voor honden gebruikten. Daar de Hidatsa, de Mandan, Crow, Arikara en Lakota niet ver uit elkaar woonden kenden ook zij het gebruik van de honden travois.


In 1804 ontdekten Lewis en Clark eveneens enkele van deze stammen. In hun dagboeken beschreven ook zij het gebruik van de travois. Het dagboek van Prins Maximillian zu Weids over zijn reis langs de Missouri in 1833 , onthult verklaringen over de Mandan, de Minnetaree, de Assibniboine, de Arikara en de Cree en hun gebruik van de honden travois voor hun dagelijkse karweien. Maximillian beschreef hun gebruik op 19 juni 1833, als volgt; "We zagen er al een honderdtal van, en vele honden, sommigen trokken sleeën, anderen houten planken op hun rug vastgemaakt en de uiteinden over de grond slepend, hierop werd bagage vastgebonden met leren riemen. "

Zijn metgezel, Karl Bodmer, kon de tijd vinden om het beeld van de hond met travois te vereeuwigen in zijn tekeningen. Er zijn ook vermeldingen dat de Blackfoot, de Gros Ventre, de Sarsi en de Arapaho honden travois gebruikten voor het vervoeren van bezittingen.


Doordat het paard ten tonele verscheen, verminderde het gebruik van den hond als last- en pakdier. Tegen de 18de eeuw was het paard goed ingeburgerd in vele stammen van zowel het noorden als het zuiden. Doordat de meeste stammen nomaden waren en door de handelsroutes volgden de paarden, de zuidelijke stammen, zoals de Comanches, de Shoshone en de Cheyenne, werden grote paardenhandelaars. Toen de stammen van de noordelijke vlaktes paarden begonnen te bezitten, meestal verkregen door ruilhandel, stonden deze dieren in hoog aanzien en werden ze enkel gebruikt voor de jacht en het rijden. De honden werden in deze stammen nog lang na de introductie van het paard gebruikt als last- en pakdier in het dagelijkse leven van de indianen.


Omstreeks het midden van de 19de eeuw had het paard bijna volledig de taken van de honden en het trekken van de travois overgenomen, daarmee degradeerden ze de bevoegdheid van de honden tot het beschermen van het kamp en in moeilijke tijden tot voeding. Voor de families die armer waren en geen paard in hun bezit hadden, was de honden travois nog steeds het belangrijkste transportmiddel. Men mag stellen dat bijna alle stammen op de vlaktes het gebruik van de hond als last- en pakdier gekend hebben.








BACK