PAINYANKAPI


Het spel met de grote hoepel



Painyankapi is een oud gokspel gespeeld door de mannen. De mensen hebben veel interesse in dit spel en sommige mannen worden er heel bedreven in. Sommigen maken verre reizen om te kunnen gokken tussen twee professionele spelers.

Painyankapi werd ook wel het "Bizonspel" genoemd. Het werd gespeeld om succes te brengen bij de bizonjacht. Wanneer het voor die reden werd gespeeld werd het "schiet de bizon" genoemd. Er bestaat een verhaal over het spel dat kunt U lezen door HIER te klikken


Om dit spelt te spelen hebben we een hoepel nodig met een diameter van meer dan 60 cm en twee paar werpstokken.


De hoepel, cangleska (Fig. 1), (het Lakota woord voor hoepel is "cangleska" het betekend letterlijk "gevlekt hout"; er bestaat geen ander woord om een hoepel aan te duiden) wordt in vorm gebogen en vastgemaakt wanneer het hout nog groen is.

De hoepel wordt gemaakt van een rechte tak van een jonge es die gesneden wordt in de lente. De tak heeft een maximum dikte van 3 cm en is "zo lang als de langste man".


Om de tak in een hoepel te buigen wordt deze in het vuur gehouden tot ze zacht en buigbaar is waarna het in een hoepel gebogen wordt. De uiteinden, die elkaar overlappen, worden vastgemaakt met een riem van rawhide. De hoepel bevat vier kentekens, ongeveer 5cm lang en 3,5cm breed, aan elke zijde op een gelijke afstand van elkaar (fig. 3)


De werpstokken, painyankapi (Fig. 2), zijn tussen 45cm en 120cm lang en gemaakt uit es of kerselaar, omwikkeld met riemen, elk paar stokken zijn met elkaar verbonden, zodanig dat in het midden een 20 cm uit elkaar kunnen. Aan elk paar is een kleine vlag gebonden, blauw of zwart aan het ene paar, rood of geel aan het andere.


Twee spelers nemen het tegen elkaar op, ze gooien de twee paar stokken naar de hoepel terwijl deze voorbij rolt en het tellen gebeurt al naar gelang het deel van de hoepel die op de werpspies ligt nadat de hoepel gevallen is.


Het eerste kenteken, aan de plaats waar de hoepel is vastgemaakt noemen we de "can huta" , (uiteinde) en brengt 10 punten op. Het volgende punt (b op fig.3) is "sapa" (zwart), en is goed voor 20 punten, c noemen we "okaja" (vork) en telt eveneens 10 punten en ten slotte d "icazopi" (stempel) telt 20 punten.

Wanneer een werpstok valt tussen "can huta" en "okaja" noemen we dit "sweepstakes".


Het spel wordt gewonnen door de eerste speler die 40 punten haalt. Panyankapi werd soms ook wel het "bizonspel" genoemd. Het zou gespeeld worden om een succesvolle jacht te verzekeren op de bizons. De hoepel symboliseert de horens van de bizon en de beenderen die hen kracht geven.


Het spel spelen werd dan ook dikwijls "schiet de bizon" genoemd. Hier stelde de hoepel een kamp voor van alle Dakota stammen en de opperhoofden die met hun familie alle verschillende stammen in het kamp leerden lokaliseren. Of het stelde de rand van de horizon voor en de vier richtingen van de aarde.


De gemarkeerde stukken op de hoepel stelden de openingen of doorgangen voor in een kampcirkel. Ze stonden eveneens voor de vier windrichtingen en worden dan ook aanroepen door de werper, voor hij zijn stokken gooit.


In tijden van ziekte werd het kamp verdeeld in twee delen, de hoepel werd zwart geschilderd aan de ene zijde en rood aan de andere zijde. De stokken werden eveneens geschilderd, twee zwarte en twee rode. De hoepel werd vier maal tussen de twee kampen gerold en werd toen weggedragen en achtergelaten op een verlaten plaats om zo de ziekte weg te dragen. Het werd "naar de blanken" gerold.






 




Fig. 1

Fig. 2

Fig. 3

BACK