CUNWIYAWA


het pruimepitten spel



Dit spel wordt gespeeld door ouder vrouwen. Het is een tijdrovend spel en sommige vrouwen spelen het dan ook dag en nacht.


Voor dit spel hebben we een mandje nodig, een schaal, beschilderde pruimenpitten en stokjes om de score bij te houden. Een volledige set om dit spel te spelen noemen we "canwiyawa", de pruimenpitten alleen worden "kansu" genoemd.


Oude boeken noemen de pruimenpitten vaak dobbelstenen. Elke pit heeft een andere tekening aan beide kanten, de ene zijde stelt meestal een dier voor of een voorwerp uit de natuur, de andere een gelijnd patroon. Sommigen spelen met pitten die langs de ene kant blank zijn en waar de ander kant een gekerfde figuur vertoont. Deze figuren kunnen een spin zijn, een gezicht, een dondervogel, berenklauw, enz… Soms gebeurt het ook dat er volledig blanco pitten in een spel zitten.Hoeveel stokjes er zijn om de scores bij te houden is afhankelijk van de keuze van de spelers maar meestal zijn het er een 100-tal.


De mand wordt gebruikt om de pitten te gooien. Het spel kan gespeeld worden door een even aantal vrouwen die twee teams vormen.

De waarde van elke pit wordt bepaald voor het spel begint.

Vaakt krijgt de hagedis 3 punten, de spin 4 punten en een schildpad 6 punten. (Er is een verband tussen het Lakota woord voor spin (Iktomi) en het getal vier (topa of tom), De schildpad krijgt meestal 6 punten omdat zes lichaamsdelen zichtbaar zijn als hij rondwandeld).

Vooraleer men de pitten gooit, worden ze met de hand over de opening van de mand geschud en dan over de grond uitgegoten. Een blanco pit krijgt geen punten terwijl de punten van de pitten met een tekening opgeteld worden volgens de afgesproken waarde. De punten worden opgeteld en het overeenstemmend aantal stokjes wordt van de stapel genomen.

Het spel wordt gespeeld tot alle stokjes verdeeld zijn en het team met de meeste stokjes wint het spel.



  


Dit is een volledig set.

De mand is gevlochten gras, het gras wordt samen gehouden door lijm gemaakt van hars.

Er zijn werden 30 telstokjes samen gebonden met katoen.

Tenslotte zijn er pruimepitten; drie sets van twee.

In een set hebben twee pitten een X op de ene zijde en een bizonhoef op de andere zijde

Twee andere hebben een gevlekte tekening op de ene zijde en niets op de andere zijde.

Het derde set van twee stuks heeft drie lijnen on de ene zijde en drie lijnen op de andere zijde met het bovenste deel in zwart gekleurd.



Zes pitten, drie sets van twee identieke pitten.

Het eerste set heeft aan de ene zijde een kruis staan en aan de andere zijde eland aan de ander.

Het tweede set heeft een gat aan de ene zijde en de andere zijde spatten, puntjes.

Het laatste set heeft drie lijnen aan de ene zijde en aan de andere zijde heeft het onderaan een driehoek en de bovenkant is zwart gekleurd daartussen staan vier lijnen.

De tekeningen zijn ingekerfd en in een donker kleur gekleurd.

BACK