OGENTROOST

Euphrasia officinalis



Eenjarige plant uit de Helmkruidfamilie, in Nederland zeer zeldzaam dus beschermd. Houdt van een kalkachtige bodem. Heeft witte buisvormige bloemen met een gele keelvlek en paarse aderen in de boven - en onderlip, die uit drie gedeelten bestaat. De bladeren staan tegenover elkaar en zijn getand. De stengel is lichtbehaard. Ogentroost wordt 10 tot 20 cm hoog. Het is eigenlijk een halfparasiet, met zijn zuigwortels onttrekt hij aan het gras in zijn omgeving de noodzakelijke zouten. Er bestaat onder botanici onenigheid over het juiste aantal Ogentroostsoorten, een aantal gaat zelfs zover dat ze beweren dat er meer één soort is, de E. Officinalis.




Cosmetisch


niet van toepassing



Culinair


niet van toepassing



Huishoudelijk


niet van toepassing



Geneeskrachtig


Uit - en inwendig bij diverse acute en chronische aandoeningen van het oog. Oogbindvliesontsteking, ooglidontsteking, strontjes. , Verder bij pas ontstane oogverwondingen die gepaard met roodheid en zwellingen en gezichtsstoornissen. Klierachtige oogziekten bij kinderen, oververmoeide ogen, lichtschuwheid, tranende ogen, branderige ogen, ook bij tranende ogen als gevolg van een allergische aandoening. Verder ook een uitstekend kruid voor de slijmvliezen van de neus, bij sinusitis enz.


Het hele bloeiende kruid wordt verzameld, gedroogd of vers toegepast. Uitwendige toepassing, deppen, kompressen of oogbadjes van de thee of de verdunde Ø (moedertinctuur) . Aan de thee kan men eventueel wat keukenzout toevoegen om het zoutgehalte gelijk te maken aan het traan - en neusvocht (opsnuiven). Het inwendig gebruik, ondersteuning met thee (zonder zout) of de Ø (moedertinctuur) . Wordt ook veel toegepast in homeopathische middelen.


Gebrouwen tot een thee en gedronken, verheldert Ogentroost de geest en versterkt het, het geheugen.



Geschiedenis en volksverhalen


Ondanks dat het kruid altijd een Griekse nam heeft gehad, wordt het niet genoemd door de klassieke geneesheren van de Oudheid. Ook de Arabische artsen noemen Ogentroost niet. in de 14de eeuw echter, wordt het geroemd omdat het alle kwalen van het oog zouden genezen. Ook de Signatuurleer had hier mee te maken, omdat de rode adertjes in de bloem veel leken op een bloeddoorlopen oog. in de 16de en 17de eeuw wordt het door alle kruidenboeken genoemd.





 


 




 





BACK