PAARDENSTAART

Equisetum arvense



Paardestaart wordt ook wel heermoes, heringsmoes of akkerpaardestaart genoemd.

Reeds in het vroege voorjaar, schiet de plant uit de breed en diep in de grond gegroeide wortels. Eerst verschijnen de vruchtbare,sporendragende, bruine vruchtenstengels. Later de groene, tot ongeveer 40 cm. hoge, waaierachtige kwispels, die op kleinedenneboompjes lijken.

De paardestaart is vooral op akkers, langs de wegen en bij bermen en glooiingen te vinden.



Cosmetisch


niet van toepassing



Culinair


niet van toepassing



Huishoudelijk


Met de takjes kan men koper poetsen en hardhout polijsten.

Sterke aftreksels bestrijden zeert effectief meeldauw en andere schimmels.

Met chroomzout of ajuin als beits of fixeermiddel levert paardestaart een licht okerkleurstof.



Geneeskrachtig


Alleen de tweede, steriele stengel wordt gebruikt om zijn versterkende werking op onder meer de huid, nagels en botten. Aangetoonde werkzame stoffen zijn saponinen, kalium en kiezelzuur, het laatste gedeeltelijk oplosbaar in water, gedeeltelijk onoplosbaar. Eveneens sporen van alkaloïden en looistoffen (om bloedingen tegen te gaan).

Urineafdrijvend, alleen bij zieken aantoonbaar.

Tegenwoordig wordt de plant meer en meer gebruikt voor het behandelen van reuma.

Als thee tegen waterophopingen in het lichaam en bij gebrekkige urine-uitscheiding.

Uitwendig: bij baden van moeilijk te genezen wonden.

Bij rugklachten zou een bad met enkele verse planten zeer doeltreffend zijn



Geschiedenis en volksverhalen


Hoe oud heermoes is, valt moeilijk te zeggen, maar het stamt alvast uit een aloud geslacht. Net zoals de andere sporenplanten (varens, mossen, wolfsklauwen) bestonden de paardenstaarten al lang voor de zaadplanten. Tijdens het Paleozoicum, zo’n 400 miljoen jaar geleden, bestonden er al paardenstaarten, die toen vaak boomhoge planten waren.


In de klassieke oudheid wordt de plant al genoemd door de Griekse kruidkundige Dioskorides, die het aanbeval omwille van zijn ‘aquaretische’ (wij zouden nu zeggen ‘diuretische’, vochtafdrijvende) eigenschappen, bij de behandeling van aandoeningen van de urinewegen, van nierstenen, en sommige vormen van oedeem.

Zijn tijdgenoot Plinius - die als eerste de benaming ‘equisetum’ gebruikt - roemde vooral de bloedstelpende eigenschappen van de plant, en meende dat de kracht ervan zo groot was dat het al volstond om het gewoon vast te houden om een bloeding te stelpen.


In de Middeleeuwen noemt Albertus Magnus vooral wondheling en bloedstelping als belangrijke indicaties, maar Hildegard von Bingen zou het kruid medicinaal onbruikbaar hebben genoemd.


In de 16de Eeuw had Dodoens het over de ‘Cracht en Werkinghe’ van Heermoes



Bijwerkingen en contra-indicaties


Heermoes kan worden beschouwd als een kruid dat nauwelijks bijwerkingen heeft. Wel moet er zorg voor gedragen worden, dat de juiste soort paardenstaart gebruikt wordt, omdat de andere soorten door hun hoger gehalte aan alkaloïeden wel een risico zouden kunnen opleveren. Heermoes in onbewerkte vorm bevat thiaminase, een enzyme dat thiamine (een B-vitamine) afbreekt. Het thiaminase wordt afgebroken onder invloed van hitte of alcohol, en in een tinctuur of kruidenthee kan die enzyme dus geen kwaad meer.

Zwangeren gebruiken bij voorkeur geen hoge doseringen of sterke aftreksels.


Door zijn diuretisch effect kan heermoes eventueel een invloed hebben op de spiegels van verschillende electrolieten. Mensen die medicijnen gebruiken die eveneens een invloed hebben op die electrolietenbalans, moeten daarom toch opletten met dit kruid. Je moet hierbij denken aan medicijnen als anti-aritmica (tegen hartritmestoornissen) en hartglycosiden (zoals bv digitalis, digoxine), diuretica (plaspillen), maar ook lithium en theophylline.

Zoals wel met meer medicijnen is ook hier voorzichtigheid geboden als je bloedverdunnende middelen neemt.





 


 




 





BACK