How horses changed the life of the lakota

HOE PAARDEN HET LEVEN VAN DE LAKOTA VERANDERDEN


Het paard was onbekend Amerika voor de blanken er waren, en zelfs dan hadden ze niet het uitzicht van de hedendaagse paarden. De goudzoekende Spanjaarden in Zuid-Amerika brachten paarden mee, die werden gestolen of ontsnapten. Uiteindelijk reikte het ruilen en stelen van paarden verder naar het noorden tot de paarden eveneens geïntroduceerd werden op de grote vlaktes.

Dit vreemde wezen kreeg van de Lakota de naam "Sunka Wakan" (Shun-kah Wah-kahn) wat zoveel betekend als heilige hond. Dit licht hun lateraal denken toe. Het paard kon de meeste dingen doen die een hond deed, zeker wat de nuttige dingen betrof, maar veel beter… De Lakota hadden dan ook al snel een overvloed aan paarden die zowel hun leven als dat van de omliggende stammen voor een groot deel veranderde.


Een paar voorbeelden:


1) Transport: In plaats van overal te voet naartoe te moeten wandelen, wat vermoeid en veel tijd in beslag nam, kon het paard hen en hun bezittingen dragen en in een veel kortere tijdspannen ter plaatse brengen.



2) Oorlogsvoering: Vermits de Lakota heer en meester waren waar het paarden betrof (en ze uitstekende ruiters waren) ontdekten ze eveneens het potentieel van het gebruik van een paard tijdens de strijd. Men kon veel sneller tot bij de vijand geraken, men kon het paard gebruiken als schild en hem en jezelf dichterbij brengen en men kon vlugger weg geraken indien nodig.

3) Woningen: De Lakota leefden, voor ze het paard leren kennen in eerder kleine tipi's, maar dit veranderde nu. Voor het paard waren de lengte van de palen van een tipi beperkt tot hetgeen een hond achter hem aan kon slepen tijdens het rondreizen. Met het verkrijgen van het paard dat zoveel groter en sterker was dan een hond, konden de tipipalen ook veel groter worden. De travois kon ook veel groter gemaakt worden waardoor er meer goederen konden vervoerd worden Met de grotere tipipalen werden de tipi's eveneens een stuk groter. Zonder het paard zouden de tipi's zoals we ze heden ten dage kennen waarschijnlijk niet bestaan.

4) Jagen: De Jacht op de bizon was altijd al een gevaarlijke opdracht. Een groot en gevaarlijk dier sluipend benaderen was iets wat steeds met uiterste zorg en omzichtigheid gedaan werd. Met het jagen te paard ontwikkelde de jacht zich meer tot een achtervolging zoals we nu kennen. De bizons waren nog steeds gevaarlijk en enkel een gek stapte van zijn paard af bij een gewonde bizon, maar het paard kon je dichter bij het dier brengen om een schot af te vuren en je snel terug weg te brengen mocht het nodig zijn. Het paard dat gebruikt werd voor de jacht werd enkel daarvoor gebruikt en was gekend onder de term "bizon renner." Hij was steeds je beste en snelste paard.

5) Recreatie: Paardenkoersen werden beschouwd als een grote en belangrijke sport onder de indianen van de vlakten en weddenschappen werden dan ook gevoerd op de uitkomst van de race. Volledige dorpen reisden rond om met hun beste paarden en ruiters tegen andere dorpen te wedijveren.

7) Huwelijksvoorstellen: Als een jongen wenste te trouwen met een meisje moest hij eerst haar vader imponeren. Afzonderlijk van de reputatie die de jonge man had deed hij dit door de vader te overladen met geschenken. Deze geschenken waren o.a. Bizonvellen maar ook steeds één of meerdere goede paarden. De bedoeling was om duidelijk te maken dat de dochter al deze dingen waard was voor de jongeman. Gaf je oude of versleten paarden dan dacht je klaarblijkelijk dat het meisje niet veel waarde had en zou haar vader moeten zeggen dat hij geen toestemming gaf voor het huwelijk tenzij hij wanhopig was om zijn dochter toch maar te laten trouwen. Gelukkig gebeurde dit zelden.


6) Persoonlijke rang: Een man werd beoordeeld naar het aantal paarden hij had en waarmee hij kon pochen, samen met zijn heldendaden tijdens gevechten. Paarden werden een betaalmiddel, zo belangrijk waren ze.

Zo ziet men dat de komst van het paard de indianen voorgoed heft veranderd. Een man zorgde goed voor zijn paarden omdat ze een noodzaak waren geworden in hun leven. De Lakota hadden gezag over hun paarden, fokten ze, maakten ze zadelmak en gebruikten het paard voor zowat alles. Ze vingen ook verwilderde paarden en maakten ze terug tam. De Indianen van de vlakten reden op de blote rug, hadden geen zadel of stijgbeugels nodig en de Lakota en hun paarden groeiden zo naar elkaar toe dat niemand zich nog de tijd kan herinneren voor het paard.

BACK